donderdag 23 oktober 2014

nullijn en de ambitie van leraren

In tijden van (dreigende) economische crisis zijn ambtenaren en leraren altijd als eerste het haasje. De regering moet bezuinigen, omdat in de vettere jaren traditioneel is verzuimd om reserves aan te leggen en het begrotingstekort terug te dringen. En wat is dan makkelijker dan groepen werknemers waarvan je er nogal veel hebt, wat af te knijpen? Leraren dus. Zijn bovendien zo mak als schapen, lam geslagen door eerdere nederlagen en vernederingen (zie bijvoorbeeld "De leraar is mak gemaakt", volkskrant 18 oktober 2014).
Een beproefde tactiek van de overheid is om salariskortingen in het onderwijs, effectief per 1 augustus, aan te kondigen in de eerste week van de zomervakantie.
Zo waren aan het begin van de laatste economische crisis de leraren dus ook weer de klos. Ondanks al het getoeter van politici dat de docent het verschil maakt en dat we hem/haar moeten koesteren, wordt besloten tot een "nullijn". Sinds 2010 zijn de salarissen bevroren, en na vier jaar beginnen leraren dat echt in hun portemonnee te voelen. Ten opzichte van 2009 heeft de man of vrouw voor de klas bijna 7 procent aan koopkracht ingeleverd (zie de grafiek hieronder).


Waarom zou iemand er nog voor kiezen om leraar te worden, of te blijven? Schrikt zo'n sterk achterblijvend salaris mensen die een loopbaan in het onderwijs overwegen niet af? En jaagt de regering op deze manier niet de beste mensen uit het onderwijs weg? Wie heeft nog de ambitie om leraar te worden, of te blijven?
Een paar weken geleden voerden studenten bij een van de vakken die ik op de lerarenopleiding geef het kwaliteitenspel uit. Dit is een kaartspel van ongeveer 75 kaarten, waarbij op iedere kaart een menselijke kwaliteit staat. De studenten kozen ieder 5 kwaliteiten die ze bij zichzelf vonden passen. In de discussie die volgde lichtten de studenten hun keuze toe. Over de kwaliteit "Ambitie" werd lang gesproken. Een van de ingebrachte standpunten was,  dat als je het "echte" beroep niet kon of wilde uitoefenen, je dan koos om les te geven in dat vak. Een econoom die geen bedrijf wil runnen, gaat economieles geven; een taalkundige die geen vertalingen wil maken, wordt docent Engels; een bioloog die geen veldonderzoek wil uitvoeren, wordt biologieleraar. Leraarschap is voor de mensen met een lage ambitie.
Het is natuurlijk een klassieke instinker. Docenten kiezen vaak aanvankelijk omdat ze zich aangetrokken voelen tot de inhoud van het vak dat ze geven. Maar ook andere aspecten bepalen of je als leraar succesvol bent. Kun je omgaan met leerlingen? Snap je hoe leerprocessen in z'n werk gaan? Doorgrond je het schoolsysteem en kun je eigen positie daarin bepalen? Ben je in staat om je persoonlijkheid in te zetten om resultaten te bereiken? Tijdens de opleiding tot leraar wordt daaraan veel aandacht besteed, door vakken als didactiek, pedagogiek en onderwijskunde. Laatst hoorde ik iemand zeggen: "je leert hier eigenlijk twee beroepen. Naast vakinhoudelijk deskundige wordt je ook deskundige op het gebied van leren en lesgeven". Twee vakken leren in de tijd van één, da's niet weggelegd voor mensen met een lage ambitie.
Dit misverstand wordt volop gevoed door de onderwijskundehaters, waarbij Aleid Truijens, columnist bij de Volkskrant, zich de laatste tijd met overgave in de voorste linie werpt. In haar column van 18 oktober 2014 stelt ze voor om de universitaire master lerarenopleiding maar af te schaffen. Studenten zijn er volgens haar weinig tevreden over, want ze krijgen een vracht aan pedagogiek en onderwijskunde en moeten eindeloos reflecteren.
De zurelappenclub Beter Onderwijs Nederland (BON) verkondigt alweer wat langer het evangelie van de alwetende vakdocent. Deze leerkracht legt zich helemaal toe op het overdragen van vakinhoud, liefst in gesegmenteerde, vroeggeselecteerde groepen. Hij hoeft zich niet bezig te houden met motivatie, want de stof zelf is al interessant genoeg, de leerlingen hangen aan zijn lippen terwijl hij zijn vakinhoudelijk betoog houdt. Hij wordt niet gehinderd door afleidende zaken als pedagogiek en reflectie en wordt al helemaal niet in de weg gelopen door schoolmanagers met misplaatste ambities. Ah, dat ging goed in de jaren vijftig van de vorige eeuw, dus waarom zou dat nu niet werken, toch?
Het idee van een vakinhoudelijk bekwame, maar pedagogisch en didactisch gemankeerde leraar wordt niet breed gedragen. Het voorstel van Truijens werd al snel gefileerd en afgeserveerd door Peter-Arno Coppen (zie http://nederl.blogspot.nl/2014/10/reflecteren-op-een-vracht-onzin.html).
De studenten van het kwaliteitenspel waren het er uiteindelijk over eens: om leraar te zijn moet je wel degelijk ambitieus zijn. Je moet het vak waarin je lesgeeft inhoudelijk tot in de puntjes beheersen. Je moet kunnen omgaan met een grote diversiteit aan leerlingen. Je moet ze kunnen motiveren, uitdagen, helpen, controleren, aanmoedigen, bij de les houden. Je moet je werkwijze continu onder de loep nemen en zoeken naar verbeteringen. En ja, dit is de 21ste eeuw: je moet ook meekunnen op het gebied van technologie, ICT, smart phones, iPads, blogs, apps en games.
En zo kruipt het vak leraar naar 3-beroepen-in-1. Maar wel voor één enkel salaris. Een salaris dat door een regering zonder ambities al jaren op de nullijn wordt gehouden.






maandag 14 april 2014

Analogieën

Vorige week was de open avond van de onderwijsinstelling waar ik werk. In de zuid-Nederlandse stad kon het je niet ontgaan zijn. Paarse billboards langs de ringbaan lokten potentiële studenten naar het onderwijscomplex, paarse vlaggen begeleidden de mensen van de parkeerplaats naar de ingang, waar ze werden verwelkomd door een immense paarse R. Kijk, da's nou marketing. De kandidaten die zich kwamen oriënteren op het lerarenberoep werden vakkundig naar de A-vleugel en de B-vleugel van het gebouw geleid, en daar, in de lokalen met geurende koffie, inzageboeken en glanzende brochures, daar zaten wij. Vier tafeltjes tegen elkaar geschoven, in het gelid om de vragen van de kandidaat-studenten te beantwoorden.
Wat me opeens opviel in deze gesprekken, was dat over het beroep van leraar vaak werd gesproken in analogieën. De leraar werd dan vaak vergeleken met andere beroepsbeoefenaren of een typerend object, om een bepaald aspect van het leraarschap te verhelderen. Boeiend, hoe veelzijdig en veelkleurig het beroep van leraar is. In een lange parade kwamen de volgende vergelijkingen voorbij (ik overdrijf nu een beetje. Ik heb ze wel allemaal ooit gehoord, maar niet per sé die ene avond):
- de docent als onderzoeker;
- de docent als regisseur;
- de docent als reisleider;
- de docent als ontwerper;
- de docent als masseur;
- de docent als cabaretier;
- de docent als politie-agent;
- de docent als vertrouwenspersoon;
- de docent als scheidsrechter;
- de docent als coach van een voetbalteam;
- de docent als ruiter op een paard;
- de docent als goochelaar;
- de docent als spiegel;
- de docent als richtingwijzer/ wegwijzer;
- de docent als theeschenker;
- de docent als clown/ circusartiest/ dompteur.
Een analogie die mij bijzonder goed bevalt, is de vergelijking de dirigent van een orkest. Vraagt overzicht, inzicht, met kleine bewegingen dingen in gang zetten, sussen, aanmoedigen, leiden, en zorgen dat het orkest boven zichzelf uitstijgt. Knappe dirigenten kunnen dat. Hele knappe dirigenten kunnen dat met minimale middelen. In een documentaire van een masterclass van Valeri Gergiev gaf de topdirigent aan aankomende dirigenten de opdracht om eens zonder handen te dirigeren. Hij zou het wel even voordoen: 80 musici kwamen feilloos op gang door simpelweg een wenkbrauw op te trekken. Bernstein kon het ook, zoals te zien is in een filmpje op youtube.
Kijkvraag 1: hoe zou Bernstein het voor de klas doen, denk je?
Kijkvraag 2: welke subtiele directietechnieken kun je leren om je docentgedrag te verbeteren?


dinsdag 11 februari 2014

CITO, suiker en concentratie


Vandaag begon voor de achtstegroepers de CITO. Dus toog mijn zoon vandaag voorzien van een pak autodrop naar school. "Zenuwachtig?" "Neuh gaat wel". In de weekbrief werd eerst nadrukkelijk gesteld dat kauwgom, snoep en drankjes niet zijn toegestaan. Maar dit werd maandag toch weer afgezwakt - tradities en verworven rechten zet je niet zomaar aan de kant.
En terwijl in het klaslokaal gezwoegd wordt op taal, spelling, studievaardigheden en rekenen, knaagt mijn nieuwsgierigheid bij een kop koffie: hoe zat dat nou precies met suiker en concentratievermogen, cognitieve prestaties en zo? Laatst iets over gelezen... onderzoek dat je een beetje moet nemen, maar ook niet teveel... of ging dat over caffeïne? nieuwsgierigheid krijgt gezelschap van bezorgdheid: je wil natuurlijk niet dat je kind zijn middelbare-schoolperspectieven verklooit omdat-ie bij de CITO heeft staan stuiteren van de suiker, niet meer in staat om 1+1 op te tellen.
Toch even kijken op internet. Kan ik in mijn koffiepauze er iets zinvols over vinden?
Glucose is de brandstof voor de hersenen. "Als het centraal zenuwstelsel (hersenen) weinig koolhydraten krijgen aangeboden, nemen concentratievermogen en mentale alertheid af", schrijft het Kenniscentrum Suiker bij de FAQ. Ok, 1-0 voor de autodrop.
Maar de splitsing van suiker kost water. Veel drop eten en daarbij te weinig drinken kan je uitdrogen. Da's weer niet best voor je concentratie. Veel water drinken dus tijdens de CITO.
Vlak voor het einde van mn koffiepauze scan ik de themapagina "gedrag" van KenniscentrumSuiker. Genieten van suiker zorgt bij veel mensen voor ontspanning. En ook hier weer: glucose is de brandstof voor de hersenen. Tja, dat zit ook in twee bruine boterhammen met appelstroop en een handje druiven.
koffiepauze voorbij. Koffie: dat blijkt volgens onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dus wel te helpen bij cognitieve prestaties. Bewegen trouwens ook. En niet te lang achter elkaar dezelfde mentale taak uitvoeren, want dan treedt mentale vermoeidheid op. Een beloning in het vooruitzicht stellen helpt daar weer bij. Dropje?


maandag 21 oktober 2013

inspiration 3.0 (5): Frames of Mind


De theorie van Meervoudige Intelligentie (MI-theory) zal waarschijnlijk voor altijd direct verbonden blijven aan de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner. Hij introduceerde de MI-theory in het boek "Frames of Mind" uit 1983. In de psychologische traditie tot die tijd sprak men over intelligentie als een ongedeelde hersenfunctie, terwijl in de ogen van Gardner vooral gekeken werd naar twee specifieke uitingen van intelligentie: de linguistische en logisch-mathematische intelligentie. In Frames of Mind onderscheidt hij aanvankelijk zeven verschillende soorten intelligentie:
- linguistische intelligentie;
- logisch mathematische intellligentie;
- ruimtelijke intelligentie;
- motorisch-kinestetische intelligentie;
- muzikale intelligentie;
- interpersoonlijke intelligentie;
- intrapersoonlijke intelligentie.
Later voegde hij daar een achtste aan toe: naturalistische intelligentie.
Hoewel het de bedoeling van Gardner was om een boek te schrijven in het psychologische wetenschapsdomein, heeft MI-theory sindsdien vooral een grote impact gehad op het onderwijs.
"When drafting Frames of Mind, I was writing as a psychologist and to this day that remains my primary scholarly identification. Yet, given the mission of the Van Leer Foundation and my affiliation with the Harvard Graduate School of Education, it was clear to me that I needed to say something about the educational implications of MI theory. And so, I conducted background research about schools and about education, more broadly defined; in the concluding chapters I touched on some educational implications of the theory. This nod toward education turned out to be another crucial point because it was educators, rather than psychologists, who found the theory of most interest." (Gardner, 2011)




Howard Gardner in Washington Post: MI are not Learning Styles
http://multipleintelligencesoasis.org/
http://howardgardner.com/

http://multipleintelligencesoasis.org/wp-content/uploads/2013/06/intro-frames-10-23-10.pdf

vrijdag 24 mei 2013

Mentimeter in je klasseblog


Stel je hebt een klasseblog (en wie heeft dat tegenwoordig nou niet), en je wilt op dat blog een peiling houden. De (tussen-)resultaten van de peiling wil je ook op datzelfde blog zichtbaar maken.
Met mentimeter en wat embed-code is dat een fluitje van een cent.
Via de site www.mentimeter.com kun je heel eenvoudig een vraag invoeren, met daaraan  gekoppeld een aantal antwoordalternatieven. Druk op de knop "start presenting" om de peiling zichtbaar te maken. Rechtsonder vind je in het scherm mogelijkheden om de peiling te delen met anderen:

In het venstertje dat je opent heb je een paar gegevens nodig om in de html-code van je blog te plakken. Ik heb ze in de afbeelding hieronder met geel en rood gemarkeerd (de gedeeltes met "111111" "xxx" en "yyy" zijn uniek voor jouw vraag).

Het enige dat je nu eigenlijk moet doen, is de code in het rood gemarkeerde deel twee keer in je blog plakken. Daarna vervang je in de bovenste van die twee de URL die verwijst naar het resultaat (src="https enz...") door de URL in het gele gedeelte.

De vraag of stelling met antwoordalternatieven is nu zichtbaar op je blog. Zodra iemand via je blog een stem uitbrengt, worden de resultaten direct aangepast. probeer het hieronder maar uit. Je kunt op een vraag maar een keer je stem uitbrengen.





Hieronder zie je de tussenstand van iedereen die op bovenstaande vraag heeft gestemd:



maandag 22 april 2013

Een startpunt voor een workshop over Social Media in het Onderwijs

Hier begint het!


Je hebt een facebook-pagina, een twitter-account en misschien wel een blog waarop je af en toe een stukje schrijft. Vooral voor privégebruik. Maar die middelen kun je ook effectief inzetten in je onderwijs. Spreekt leerlingen aan, want die zitten zo ongeveer vastgegroeid aan hun mobieltje. Dus waarom geen gebruik van maken? In 2006 schreef Piet Kommers, bij zijn aantreden als Lector aan Fontys Hogescholen, een stuk getiteld: "De les begint, mobieltjes aan!" Een uitdaging om mobieltjes in te zetten bij het onderwijsproces, in plaats van ze simpelweg te verbieden.
Op diverse scholen wordt geëxperimenteerd met het Flipped Classroom concept.  In dit concept worden diverse media ingezet voor instructie (vooraf) en wordt lestijd vooral gebruikt als gedifferentieerd begeleidingsmoment.
In deze workshop werk je een aantal manieren uit om social media, mobile devices en apps te gebruiken in de klas. Denk aan twitter en facebook, maar ook aan QR-codes, googlemaps, mentimeter, educreations, khanacademy, blogger, skype, tumblr, dropbox, prezi, goAnimate!

twitter Michel van Gessel: @spoinkz
hashtag voor deze workshop: #SMIHO2013 (SMIHO = Social Media In Het Onderwijs)
facebook-pagina: https://www.facebook.com/pages/Flot_socialmediaineducation/489013404485842

Eerste bijeenkomst

1. vragen inventariseren
2. voorkennis activeren
3. kader introduceren
4. challenge formuleren
5. bronnen

1. vragen inventariseren

Wat wil je leren over dit onderwerp?
Welke dillemma's ervaar je ten aanzien van het thema?
Wat is de (veranderende) rol van de docent?

https://docs.google.com/forms/d/1EsTSyBVr2oY7C0kdDJBO7GaVzY-JPrTQI5dR2OgMjNc/viewform



QRCode

Bekijk de opbrengsten op googledocs: uitkomsten van de vragen

2.  voorkennis activeren

Welke apps/programma's/social media gebruik je al?
waarvoor gebruik je die?
welke toepassingen in het onderwijs gebruik je al/ken je al?
welke sites bezoek je om iets over het thema "social media in het onderwijs" te vinden?

Om een indruk te krijgen van welke social media al gebruikt wordt door jullie voeren we een aantal polls uit. Daarvoor gebruiken we www.mentimeter.com. Met deze site kun je, nadat je een account hebt aangemaakt, heel eenvoudig een vraag formuleren die je in stemming wilt brengen. Het stemmen zelf gebeurt via de site http://www.vot.rs
Beantwoord de volgende polls:
53 09 05 (facebook);
44 22 15 (facebook en onderwijs);
34 43 12 (twitter);
78 57 37 (twitter en onderwijs);
16 64 69 (blogs);
52 96 77 (blogs en onderwijs).

3. kader introduceren

TPACK model
21st century skills
Education 3.0

4 challenge

De opzet en inhouden van deze workshop heb ik met opzet heel open geformuleerd. De workshops worden immers vormgegeven op basis van de leervragen die aan het begin worden geformuleerd (wat wil je in deze workshop leren) in plaats van vooraf vastgestelde inhouden.
De opbrengst kan ongeveer als volgt worden geformuleerd:
"Maak een groepsproduct (groepsgrootte 4-5) rondom het thema kanker (workshopserie 1)/ Alpe dHuzes (workshopserie 2), waarbij vakinhoud gekoppeld wordt aan 21st century skill(s)
en de intregratie van TPACK componenten tot uitdrukking komt."

Een snel voorbeeld: in de Volkskrant van afgelopen zaterdag (20 april 2013) stond een korte recensie van een populair wetenschappelijk boekje over kanker. Een deel van de recensie is in het Engels en het Duits vertaald met behulp van twee vertaalgenerators (google translate en bing translator). In een les MVT vergelijken leerlingen de twee vertalingen, en doen uitspraken over de kwaliteit van de vertaling.
Hieronder staan de oorspronkelijke tekst van de recensie, de twee Engelse en de twee Duitse vertalingen.

"Misschien begint het wel met een toevallige mutatie, ergens in ons lichaam, die ertoe leidt dat zomaar een cel opeens teveel 'receptoren' krijgt, een soort chemische stokjes die in de celwand zitten. Zo'n receptor is een ladingsplaats voor 'groeifactoren'. De groeifactor bindt aan twee receptoren, waardoor die naar elkaar bewegen. Daardoor gaan de uiteinden in de cel fosfaten uitwisselen. Er ontstaat dan een soort kapstok, waaraan eiwitten komen te hangen. Die veranderen hierdoor iets van vorm, waardoor hun 'reactiecentrum' bloot komt te liggen en ze chemische signalen gaan uitzenden: deel, cel, deel! Niets mis mee, maar als er te veel receptoren zijn, kan de cel zo ongeremd gaan delen dat er kanker ontstaat." (volkskrant, 20 april 2013)

"Perhaps it starts with a random mutation, somewhere in our body, which leads to just a cell suddenly too much 'receptors' will, a kind of chemical sticks that sit in the cell wall. Such a receptor is a cargo space for 'growth factors'. The growth factor binds to two receptors, thus moving towards each other. As a result, to go into the cell, exchange the ends phosphates. This creates a sort of coat which proteins to hang. That will change slightly in shape, so their 'reaction center' is exposed and they will emit chemical signals: part, cell, part! Nothing wrong with that, but if too many receptors, the cell will share that cancer arises. Unrestrained as" (translate.google.nl)

"Maybe it starts with a random mutation, somewhere in our body, which leads to just a cell suddenly gets too much ' receptors ', a kind of chemical sticks that sit in the cell wall. Such a receptor is a loading place for ' growth factors '. The growth factor binds to two receptors, whereby those to each other. As a result the phosphates in the cell exchange tips. There is then a kind of coat rack, to which proteins come to hang out. That change because of something of form, making their ' reaction Center ' exposed and they emit chemical signals go: part, cell, share! Nothing wrong with that, but if there are too many receptors, the cell will be sharing so uninhibited that cancer occurs." (www.bing.com/translator)


"Vielleicht beginnt es mit einem zufälligen Mutation, irgendwo in unserem Körper, die auf nur einer Zelle plötzlich zu viel "Rezeptoren" Willen, eine Art der chemischen-Sticks, die in der Zellwand sitzen führt. Ein solcher Rezeptor ist ein Laderaum für "Wachstumsfaktoren". Der Wachstumsfaktor bindet an beiden Rezeptoren, so aufeinander zu bewegen. Als Ergebnis, in die Zelle gehen, tauschen die Enden Phosphate. Dadurch entsteht eine Art Mantel, der zum Aufhängen Proteinen. Das wird in Form leicht verändern, so dass ihre 'Reaktionszentrum' ausgesetzt ist, und sie werden chemische Signale aussenden: Teil, Zelle, Teil! Nichts falsch mit dem, aber wenn zu viele Rezeptoren, die Zelle teilen, dass Krebs entsteht. Hemmungslose als" (translate.google.nl)

"Vielleicht beginnt es mit eine zufällige Mutation, irgendwo in unserem Körper, führt zu nur einer Zelle ruft plötzlich zuviel "Rezeptoren", eine Art chemische Stöcke, die in der Zellwand sitzen. Solch ein Rezeptor ist ein Auftrag für "Wachstumsfaktoren". Den Wachstumsfaktor bindet an zwei Rezeptoren, wobei diejenigen miteinander. Daher tauschen die Phosphate in der Zelle Tipps. Dann gibt es eine Art Kleiderablage, zu dem kommen Proteine zu hängen. Dass Veränderung wegen etwas Form, so dass ihre Reaktion-Center ausgesetzt und sie chemische ausstoßen Signale gehen: Teil, Zellen, teilen! Nichts falsch damit, aber wenn es zu viele Rezeptoren gibt, die Zelle wird Austausch so Tabulos, dass Krebs entsteht." (www.bing.com/translator)

5. bronnen

social media in de klas
http://blogs.kqed.org/mindshift/
http://www.kennisnet.nl/themas/sociale-media/
http://edudemic.com/2012/07/a-teachers-guide-to-social-media/
http://www.edutopia.org/social-media-education-resources
twitter in de klas
www.kennisnet.nl : twitter in de klas
www.teachhub.com :50 ways to use twitter in the classroom
www.teachthought.com: 60 ways to use twitter in the classroom, by category

facebook in de klas
www.teachthought.com: 100 ways to use facebook in education, by category
http://www.emergingedtech.com/2011/03/facebook-in-the-classroom-seriously/
http://www.socialwize.nl/facebook-in-het-onderwijs/

blog in de klas
http://edublogs.org/
http://onderwijstips.wikispot.org/bloggen_in_het_onderwijs
http://www.pwcontent.com/velon/VELON-congres-2013/2/Ronde%202%20-%20PPT%20166%20Gessel,%20M.F.C.%20van.pptx (blog als reflectietool)

dropbox folder met enkele docs
https://www.dropbox.com/sh/oc6k2vyyqlvwkrv/ljJ5IeJ9hx








woensdag 10 april 2013

vanzelfsprekend: social media en ict gebruiken bij leeropdrachten

Kinderen gaan op een heel vanzelfsprekende manier om met computers. Soms gaan ze daarin zover, dat alles met een beeldscherm wordt gezien als een computer. Mijn dochtertje, 5 jaar oud, probeerde laatst een andere tv zender op te zetten door met twee vingers over het scherm van de televisie te vegen. Tja, waarom eigenlijk niet?
De werelden van leerlingen en docenten sluiten niet naadloos aan als het gaat om ICT-vaardigheden. Da's een nette manier om te zeggen dat er een enorme kloof gaapt. Docenten en leerkrachten staan er soms wat beteuterd bij: leerlingen moeten aan hen uitleggen hoe je een facebook groepspagina aanmaakt, een prezi uploadt of een screencast maakt van een minecraft-battle.
Grofweg twee strategieën kun je inzetten om met deze kloof om te gaan. De eerste is: alles verbieden wat met ICT, mobieltjes en iPad's te maken heeft. Ik kom regelmatig scholen tegen waar het staande beleid is dat mobieltjes aan het begin van de dag in de kluis gaan, en aan het eind van de dag er pas weer uit mogen. Social media en een keur aan websites zijn door de systeembeheerder zorgvuldig op slot gezet. Skype, facebook, hotmail en twitter staan op de zwarte lijst.
De tweede strategie is om de mogelijkheden van ICT, iPad, smartphones en social media slim in te zetten ten behoeve van het leerproces. Scholen die deze weg bewandelen gebruiken twitter om huiswerkopdrachten op te geven, zetten iPad's in om snel even een screencast te maken, laten leerlingen achtergrondinformatie opzoeken op hun smartphone en laten in de taalles leerlingen een skype-gesprek voeren met leeftijdgenoten in zuid-Frankrijk.

Een voorbeeld uit de praktijk: spreekbeurt.

Om de vanzelfsprekendheid van het gebruik van ICT en social media anno 2013 te illustreren, vertel ik het verhaal van mijn zoon die een spreekbeurt voorbereidt. Ruben is 10 jaar, zit in groep 7 en heeft voor zijn spreekbeurt een pittig onderwerp gekozen:  Hersenen.
Van de plaatselijke biep leent hij een paar boeken over het onderwerp. Dat brengt hem op de eerste ideeën voor onderdelen van z'n spreekbeurt. Hij komt ook enkele specifieke begrippen tegen, zoals hersenstam, kleine hersenen, grote hersenen, hersenschors en neuron. Om deze onderdelen en begrippen te ordenen en te combineren met wat hij al weet over het onderwerp maakt hij een mindmap. Daarvoor gebruikt hij het programma freemind.



Het lukt Ruben niet meteen om een goede indeling te maken. Wat is nou eigenlijk een logische manier om onderwerpen te ordenen? Hij besluit om meer informatie te zoeken over het maken van een mindmap en kom uit bij een instructief filmpje op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=soj4RKksLmg
Naast de informatie uit de boeken, zoek hij ook informatie op internet. Wikipedia is een logisch startpunt, daar vindt hij meteen een pagina over hersenen. Ook een uitzending van het educatieve programma "Het Klokhuis" over hersenen is gauw gevonden.
Als voldoende informatie verzameld is en ook de ordening van de onderwerpen in de steigers staat, is het tijd om de presentatie voor te bereiden.
De meeste klasgenoten gebruikten powerpoint ter ondersteuning van hun spreekbeurt, maar Ruben besluit om prezi te gebruiken. Die in- en uitzoomeffecten vindt hij wel cool.

Bij het maken van de prezi loopt hij een paar keer vast. Hij zoekt op youtube naar filmpjes over het maken van een prezi, en kiest een Engelstalige tutorial. Inmiddels heeft hij ontdekt, dat je bij youtube een vertaling kunt inzetten. Werkt niet perfect, maar goed genoeg om zijn basis-Engels aan te vullen en de instructiefilm begrijpelijk te maken.

 Om de spreekbeurt te oefenen maakt Ruben gebruik van een app op de iPad: educreations. Hij heeft mij daar al een paar keer mee zien werken.  Hij wil nu kijken of hij z'n onderwerp goed kan uitleggen en of onderdelen logisch op elkaar aansluiten. Door middel van testopnames oefent hij zijn presentatievaardigheden en krijgt hij een beeld van de lengte van de totale spreekbeurt.
Zo, de spreekbeurt is klaar. Morgen het echte werk, maar eerst zet Ruben nog een link van de prezi in z'n twitter timeline, zodat klasgenoten de prezi gemakkelijk kunnen terugvinden. En nog even langs de slager, om de bestelde schapenhersenen op te halen die hij in de klas laat rondgaan als demonstratiemateriaal.