vrijdag 19 januari 2018

Paniek!

De eerstejaars studenten op de Lerarenopleiding maken kennis met allerlei modellen over lesgeven, instructie, leren. Dat is handig bij het studeren, want de modellen zijn vereenvoudigde versies van de werkelijkheid. Wat overbodig is om een concept te verklaren wordt in het model weggelaten. Modellen zijn ook grafische weergaven van theorieën: concepten en hun onderlinge samenhang worden overzichtelijk weergegeven. Studenten zijn dol op overzicht.
Meestal begint modellenstorm met het model Didactische Analyse van Van Gelder. Het houdt al meer dan 50 jaar stand. Het model Directe Instructie volgt al snel. Daar slaat de eerste verwarring toe, want kent dit model nu zes of zeven stappen? De studenten gebruiken in het eerste jaar van de opleiding hoofdzakelijk twee boeken. Volgens het Handboek voor Leraren (Geerts & van Kralingen, 2016) zijn er zeven fasen: aandacht richten, uitleg geven, controleren, instructie zelfwerkzaamheid, begeleid inoefenen, zelfstandig oefenen, afsluiting op kernbegrippen en vooruitblik. Als je het boek Lessen in Orde (Teitler, 2014) erop naslaat vindt je zes fasen: dagelijkse terugblik, presentatie, begeleide inoefening, individuele verwerking, periodieke terugblik, terugkoppeling.
Klein bier, zou je denken. Wat maakt het uit of er zes of zeven stappen worden onderscheiden, zolang het straks maar goed functionerende leraren oplevert? Die mogen voor mijn part 10 stappen nemen.
Maar die studenten willen dus graag eenduidigheid: als bij het tentamen straks wordt verwezen naar het model Directe Instructie, moeten ze dan zes of zeven stappen oplepelen? Nog steeds klein bier, maar de achterliggende, belangrijkere vraag is: wat is nu eigenlijk de bron van modellen die beschreven worden? Hoe weten we nu dat de studenten geen onzin moeten slikken?
Opvallend is dat beide boeken geen bron vermelden bij deze modellen. Het is dus niet direct te achterhalen waarop de auteurs de indeling baseren.

Model van Vygotsky

Naast het eigen maken van onderwijskundige concepten en modellen is een belangrijke vaardigheid het kritisch beschouwen van die concepten en modellen. Waar komen ze vandaan?  Wat is de theoretische houdbaarheid? Wat is de praktische bruikbaarheid?
Als het eerste studiejaar een beetje op weg is laat ik studenten kennismaken met het ideeëngoed van Vygotsky. Het Handboek voor Leraren laat een afbeelding zien met drie zones. De binnenste cirkel is de zone van actuele ontwikkeling. Hierin bevinden zich de kennis en vaardigheden die de leerling al beheerst. In de ring daar direct buiten ligt de zone van de naaste ontwikkeling. Hierin leert de leerling nieuwe kennis en vaardigheden. Kenmerkend is dat dat de leerling de leerstappen nog niet zelfstandig kan uitvoeren, maar aangewezen is op de begeleiding van een volwassene. In het Engelse taalgebied wordt hier gesproken van scaffolding.
De derde, buitenste ring van de afbeelding verbeeldt de paniekzone. Hier komt de leerling terecht als je teveel van hem vraagt. Best een heftig gebiedje, als je het Handboek moet geloven: "... niet bevorderlijk voor het leren, leidt bij leerlingen tot apathie, paniek of agressie."


(bron bovenste afbeelding: http://kurtpeys.blogspot.nl/2015/03/wat-de-zone-van-vigotsky-me-leert-over.html)(bron onderste afbeelding: https://digitalacademicblog.wordpress.com/tag/senningers-learning-zone-model/)


De paniekzone?

Maar wacht eens even! De paniekzone? Is dat begrip echt van Vygotsky afkomstig? Onder de afbeelding staat van wel: "De drie zones van ontwikkeling volgens Vygotsky". Maar ik heb zo mijn twijfels. Die worden versterkt door het feit dat ook hier geen nadere bron wordt genoemd. In de literatuuropgave vind ik ook geen verwijzing naar Vygotsky.
Vygotsky klinkt lekker exotisch, en dan wordt het snel aannemelijk. Als er naar zijn werk wordt verwezen is het vaak iets in 1962 of 1978. Op zich al bijzonder, want toen was de beste man al jaren dood. Zijn werk is lange tijd alleen in het Russisch verkrijgbaar geweest. Maar in 1962 komt daar verandering in. Dan verschijnt er voor het eerst een vertaling in het Engels van zijn werk onder de titel "Thought and Language". En in 1978 worden  andere delen van zijn werk in het Engels vertaald onder redactie van Cole, John-Steiner, Scribner en Souberman: Mind in Society. Mind in Society staat als pdf online en een snelle ctrl+F op het woord "panic" levert... nul hits op. Het woord "proximal" (naaste) komt in datzelfde bestand 26 keer voor, "proximal development" 19 keer en "actual development" acht keer. Voldoende aanwijzing om te veronderstellen dat er iets niet in de haak is.

Verhaspeling

De studenten krijgen van mij een opdracht: zoek nu eens uit of het klopt. Of is hier sprake van een verhaspeling, het door elkaar halen van twee modellen die in grafische weergave op elkaar lijken of inhoudelijke raakvlakken hebben?
Als snel komen ze op de proppen met het begin van een antwoord, lang leve internet. Er bestaat een model dat comfort zone, stretch zone en panic zone beschrijft. De eerste twee zones vertonen in beschrijving veel overeenkomst met respectievelijk de zone van actuele en naaste ontwikkeling. En als je dat dan ook nog weergeeft als een aantal cirkels die om elkaar heen liggen, tja dan is de verhaspeling snel geboren.
Maar dan duikt de vraag op: "van wie" is dat comfort-zonemodel nu eigenlijk? Toen ik zelf zocht kwam ik al snel bij Karl Rohnke terecht, bijvoorbeeld op via de websites www.managementsite.nl/ en www.linkedin.com.
Maar Studenten kwamen al snel met Senninger, Panicucci, Tichy, Jennings, Emett. Wie het weet mag het zeggen. De internetsites blinken uit in afwezigheid of onvolledigheid van bronvermelding. Dat gegeven pikken de studenten gratis even mee, voor zover ze het nog niet wisten.
Oh ja, naast het Handboek voor Leraren houdt ook de onderwijswebsite wij-leren.nl vol dat de paniekzone door Vygotsky bedacht is. Maar dat is dus, bij deze, een mythe die vastgesteld is. Studenten moeten dit jaar de flauwekul nog wel (hopelijk voor het laatst) leren voor het tentamen.

Was het Senninger?
https://digitalacademicblog.wordpress.com/tag/senningers-learning-zone-model/
http://www.thempra.org.uk/social-pedagogy/key-concepts-in-social-pedagogy/the-learning-zone-model/

of was het Panicucci?
http://www.move-up-consulting.net/fileadmin/user_upload/Readings/Comfort_zone.pdf

of Tichy?
https://extratijd.be/de-drie-zones-die-je-helpen-bij-het-beter-worden/
https://www.farnamstreetblog.com/2012/09/stretching-yourself-to-learn-new-things/
https://books.google.nl

Grafische gelijkenissen met het model (maar er niks mee te maken hebben):










dinsdag 21 februari 2017

Fata Morgana

Het Philips Symfonie Orkest speelde vorige maand het concert 1001 nacht. In het laatste stuk, "Fata Morgana" mocht m'n dochter meespelen. Geoefend werd er thuis, de vonken vlogen er van af. Het stuk, dat door Ruud Bos werd gecomponeerd voor de attractie Fata Morgana in de Efteling, is in die week in ons huis dus ook 1000x afgespeeld via youtube. Zo'n melodie die nog lange tijd in je hoofd blijft knagen.
Gisteren, op m'n werk, luisterde ik op de achtergrond naar radio4, toen opeens het stuk "In the mystic land of Egypt" van Ketèlbey voorbij kwam. Vooral het eerste stukkie lijkt sprekend op Fata Morgana. Zou Ruud Bos het hebben afgekeken? Want Ketèlbey schreef het stuk in 1931, Fata Morgana kwam veel later.
Zoekend op internet naar een dwarsverband tussen de twee muziekstukken leverde in eerste instantie niets op. Maar dan opeens, op de site Eftepedia (weetjes over de Efteling): "Albert William Ketèlbey (9 augustus 1875, Birmingham - 26 november 1959, Cowes) componeerde de muziek die bij de Zes Dienaren te horen is." Aha! Het sprookje van Langnek is al sinds de opening van het sprookjesbos in 1952 aanwezig. En in diezelfde Efteling dus Fata Morgana. Ik stel me voor dat Ruud Bos als 16-jarige knul door dat sprookjesbos zwierf, de muziek van Ketèlbey hoorde, later een grammafoon met meer muziek van dezelfde componist kocht, daarop het stuk Mystic land of Egypt hoorde, wat in zijn hoofd jarenlang bleef knagen en er opeens uit kwam toen hij Fata Morgana schreef. Waarschijnlijk is het in het echt heel anders gegaan, maar in het sprookjesbos kan álles.





zondag 14 februari 2016

onderwijsblogs 1


Begin februari bezocht ik het VELOV/VELON-congres in Brussel, een soort jaarlijks bijtankstation voor lerarenopleiders in Nederland en Vlaanderen. Naar aanleiding van een parallelsessie van Erna van Koeven en Carolien Smits over "Bloggen als brug tussen praktijk en onderzoek" twitterde ik kort "een overzicht maken van de beste onderwijsblogs". Bedoeld als reminder aan mezelf, maar al tijdens de sessie werd duidelijk dat er een behoefte ligt bij meer collega's.
Bestaat zo'n overzicht dan niet? Jazeker! Er bestaan zelfs meer overzichten van onderwijsblogs. Daar kan ik dan weer een mooi meta-overzicht van maken: overzicht van overzichten van onderwijsblogs.
Opbrengst na een middagje surfen, zoeken, pop-ups wegklikken en scannen: ondanks overzichten van onderwijsblogs is het lastig om de toonaangevende blogs er uit te pikken. De kwaliteit van onderwijsblogs loopt flink uiteen. Sommige blogs is geen lang leven beschoren. In een volgende blogpost zal ik een rijtje maken van mijn favoriete onderwijsblogs. Is er eentje die ik zéker niet mag vergeten? Laat het mij weten in een reactie op deze blogpost.

overzicht van overzichten:

1. Edubloggers (http://www.edubloggers.nl/edubloggers/)
Een verzamelsite van Nederlandse onderwijsblogs. Onderwijsbloggers kunnen hun eigen blog hier opgeven door het invullen van een formulier. Handig is de onderverdeling in onderwijssectoren waar de blogs zich voornamelijk op richten: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, hoger onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs.

2. onderwijsvanmorgen (http://www.onderwijsvanmorgen.nl/)
Achter deze website gaat de educatieve uitgeverij Malmberg schuil. Je kunt je eigen blog opgeven. De blogs zijn ondergebracht in thema's, zoals "social media in het onderwijs", "differentiatie", "projectonderwijs", motivatie" en "lesmateriaal". Het is niet altijd duidelijk of je nu een bijdrage van de website zelf leest of een verwijzing naar een blogpost van een andere site.

3. Edublogs (http://edublogs.org/)
"Al 3.378.490 blogs sinds 2005!" Roept de website vanaf de startpagina. Je kunt op edublogs zelf een blog beginnen over onderwijs. Jammer genoeg biedt de site geen overzicht van bestaande blogs. Die moet je via een zoekopdracht in google of zo opsnorren (typ in de zoekbalk "site:edublogs.org onderwijs" of "site:edublogs.org nederland"). Op die manier vind je o.a.
http://miekehaverkort.edublogs.org/
http://melesmeles.edublogs.org/
http://judyelf.edublogs.org/

4. edubloggerdir (http://edubloggerdir.blogspot.nl/)
Een internationale onderwijsbloggers directory. Met de zoekterm "Netherlands" vind je ongeveer 16 edubloggers uit Nederland, o.a.
http://amberwalraven.edublogs.org/
http://onderwijsvooruitzicht.blogspot.nl/
http://dancingcrocodile.blogspot.com/

zoekmachine voor blogs

Als bovenstaande overzichten niet het resultaat bieden waar je op hoopte, kun je zelf verder zoeken met een zoekmachine die specifiek in blogs zoekt: http://www.blogsearchengine.org/
De zoekterm "onderwijs" levert 2.280.000 resultaten op.

maandag 7 december 2015

Een paar links naar sites over gamification

In de module LOB (officieel Loopbaanoriëntatie en Begeleiding, maar in de uitvoering bij Economie vrijelijk uitgebreid tot Levensoriëntatie en Bildung), een onderdeel van de lerarenopleiding, maken de studenten voor het tweede achtereenvolgende jaar games.
Om zicht te krijgen op die mooie en complexe wereld van games heb ik een aantal links naar toegankelijke sites bijeengebracht. De focus ligt daarbij vooral op een specifieke tak van games, namelijk serious games. Wat maakt een game een serious game? Hoe kun je games gebruiken in het onderwijs? En wat is nou het verschil tussen games en gamification?
Onderstaande links brengen het antwoord.

Om te beginnen een drieluik van Karl Kapp, professor of instructional technology at Bloomsburg University in Bloomsburg, PA:

https://www.td.org/Publications/Blogs/Learning-Technologies-Blog/2014/02/Getting-Started-with-Gamification

https://www.td.org/Publications/Blogs/Learning-Technologies-Blog/2014/02/10-Best-Practices-for-Implementing-Gamification

https://www.td.org/Publications/Blogs/Learning-Technologies-Blog/2014/03/Eight-Game-Elements-to-Make-Learning-More-Intriguing

Twee boeken over gamification van Karl Kapp;
https://www.td.org/Publications/Author.aspx?ItemId=7709CA455784495CB58CACE7BFFD1099

video:
https://www.youtube.com/watch?v=BqyvUvxOx0M

Relatie tussen serious games en gamification
http://www.gamasutra.com/blogs/AndrzejMarczewski/20130311/188218/Whats_the_difference_between_Gamification_and_Serious_Games.php
http://www.gamified.uk/wp-content/uploads/2013/02/different-terms.jpg

wikipagina:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Serious_game


zaterdag 18 april 2015

4 redenen om niet naar je werk te gaan


Een collega van mij ontving vorige week een mail van een docent op Aruba. De docent wilde graag de masteropleiding volgen aan onze hogeschool in Tilburg, maar omdat dit een deeltijdopleiding is wilde hij daarnaast graag blijven lesgeven. Op Aruba. Zou het wellicht mogelijk zijn om de masteropleiding op afstand te volgen, was de vraag van de docent.
Ik zag meteen kansen.
Nou weet je hoe dat gaat op kantoor: de een vindt dit, de ander is het er niet helemaal mee eens, je bent de sleur van het werk op dat moment een beetje beu, net als de slechte koffie, en voor je het weet zit je tegen elkaar op te bieden in extreme standpunten. De vraag "kunnen wij een masteropleiding op afstand aanbieden?" ontaardde in een uitspraak van mij:

"Ik durf te wedden dat ik hier een jaar lang mijn werk kan doen,
zonder dat ik één dag naar het instituut kom."

Daar zat misschien een tikkeltje bravoure in, toegegeven, maar we kwamen wel op een nieuw niveau van denken.
Die "daar-doe-ik-nog-een-schepje-bovenop" houding was even nodig om niet te verzanden in een rationele discussie met voors en tegens.
Die discussies hebben een nogal voorspelbaar verloop. Wat in zo'n situatie gebeurt is dat men direct in de reflex schiet om te redeneren vanuit een situatie die we kennen: schoolgebouw van steen en beton, lokalen van 8 bij 8 meter, 30 studenten en een docent voor een schoolbord.
Bij de suggestie om dat fysieke instituut af te schaffen vliegen de "ja-maars" je om de oren. Omgekeerd, als je een "ja-maar" inbrengt tegen de bestaande situatie, wordt je al snel als utopistische vaagdenker weggezet. Het denken vanuit de huidige situatie is zeer, zeer hardnekkig.
Mijn collega en ik zaten op dat moment echter te denken vanuit de andere richting. "O ja" begon mijn collega, "dus als jij een jaar lang hier niet bent, hoe wou je dan ...". "Nou", fantaseerde ik dan, "ik kan natuurlijk ...". En al pratende werden de mogelijkheden afgetast, aangescherpt, verfijnd, verworpen, aangevuld. We ontwierpen op dat moment geen Grote Sprong Voorwaarts voor het onderwijs, maar voerden een denkexperiment uit. Ga nog wat verder: denk alle schoolgebouwen weg. De lerarenopleiding als fysieke locatie bestaat niet meer. Zou je dan in zo'n situatie toch nog leraren kunnen opleiden? Welke taken moeten per se op het instituut worden uitgevoerd en kunnen niet daarbuiten worden uitgevoerd? en vooral: waarom?
Een paar voor de hand liggende voorbeelden.
1. Colleges geven. Een paar maanden geleden kon een van m'n studenten niet bij het college aanwezig zijn, omdat hij aansluitend een ouderavond had op z'n school. Een van z'n klasgenoten had een iPad meegenomen, logde in bij Skype, en zette de iPad op de voorste tafel. De hele bijeenkomst heeft de student kunnen volgen. Alternatieven voor colleges zijn tegenwoordig ruim voor handen: weblectures, flipped classroom videos, MOOC's, vodcast, google hangout en Skype, om maar een paar te noemen. In de situatie hierboven vielen het geven en het volgen van het college in de tijd samen. Het voordeel hiervan is dat directe interactie mogelijk blijft. De afstandstudent kan bijvoorbeeld vragen stellen en deelnemen aan discussie en opdrachten. Sommige van de genoemde alternatieven hebben het voordeel dat ze ook asynchroon ingezet kunnen worden. Daarmee wordt bedoeld dat het opnemen van de presentatie door de docent niet op hetzelfde tijdstip hoeft plaats te vinden als het bekijken van de presentatie door de student. De student kan een presentatie stopzetten, nogmaals bekijken, of delen overslaan.
2. Begeleiden van studenten. Ook in deze situatie is video conferencing via bijvoorbeeld Skype een prima uitkomst. Een van mijn studenten woonde in Groningen en hoefde alleen nog maar zijn afstudeeronderzoek af te ronden. Om de zoveel weken spraken we elkaar via Skype. Op de dag van de diploma-uitreiking schudde ik hem voor het eerst de hand.
3. Overleg. Een klas studenten uit de deeltijdopleiding kreeg van mij de opdracht om in groepjes een game te ontwikkelen ten behoeve van het vak. Zes weken kregen de groepjes de tijd om de opdracht uit te voeren. De groepjes kregen de keuze om wekelijks in het lokaal te werken of op een een andere plaats, maar ze moesten wel in de gegeven tijd aan de opdracht werken. Twee groepen heb ik wekenlang niet in het lokaal gezien. Ik logde wel in bij Google Hangout om delen van hun overleggen bij te wonen. Google Hangout is een video conference omgeving waarin je kunt chatten met video en geluid. Je kunt ook bestanden sturen naar elkaar of je desktop delen om de andere deelnemers met je scherm te laten meekijken. Deelnemers aan de conferentie zijn zichtbaar door een kleine miniatuurvenstertjes die naast elkaar verschijnen. De overleggen verliepen gedisciplineerd. Degene die praat komt namelijk groter in beeld en als je door elkaar heen praat ontstaat er een stroboscopisch effect.
4. Schriftelijke afstemming. Documenten zijn eenvoudig op te slaan en te delen in een cloud service, zoals dropbox. Met een dropbox app op je computer, tablet of smart phone kun je documenten ook offline lezen of wijzigen. Zodra je weer verbinding hebt met internet worden de gewijzigde documenten op alle plaatsen gesynchroniseerd. Een andere cloud service, Google docs, heeft als aardigheidje dat je met meer personen tegelijk in hetzelfde document kunt werken. Iedere bewerker heeft een andere kleur cursor en je ziet letterlijk het document voor je ogen veranderen als iemand anders iets wijzigt. Het nadeel van Google docs is echter dat je zonder internetverbinding met lege handen staat. Ach, iedere docent heeft inmiddels ervaring met geprezen en verguisde ELO's. En we kunnen ook nog altijd lekker ouderwets mailen.

Als je het rijtje zo overziet is er eigenlijk weinig reden om nog in de auto te stappen en aan te sluiten in de troosteloze voortschuifelende ochtendfile naar je werk. De uitgespaarde uren kun je weer effectief en fris inzetten voor je werk. Voor de hogeschool levert werken op afstand ook een direct financieel voordeel op, omdat er veel minder leslokalen en werkruimtes nodig zijn. De ogen van enkele collega's, die zich inmiddels rond ons denkspel hadden verzameld, begonnen vooral te glimmen bij de gedachte aan home-made cappuccino in plaats van de kantoorkoffie, die op ons instituut een ongeëvenaarde reputatie heeft verworven.

Blijft één dingetje over: het stagebezoek. Want je wil natuurlijk wel weten hoe de student het voor de klas doet. En op dat punt gaf ik m'n collega helemaal gelijk dat het onvermijdelijk is dat hij naar Aruba moet om de situatie ter plekke grondig te inspecteren. Grondig he, dus reken 5 tot 10 dagen. Ja, je moet wat over hebben voor je vak.

donderdag 23 oktober 2014

nullijn en de ambitie van leraren

In tijden van (dreigende) economische crisis zijn ambtenaren en leraren altijd als eerste het haasje. De regering moet bezuinigen, omdat in de vettere jaren traditioneel is verzuimd om reserves aan te leggen en het begrotingstekort terug te dringen. En wat is dan makkelijker dan groepen werknemers waarvan je er nogal veel hebt, wat af te knijpen? Leraren dus. Zijn bovendien zo mak als schapen, lam geslagen door eerdere nederlagen en vernederingen (zie bijvoorbeeld "De leraar is mak gemaakt", volkskrant 18 oktober 2014).
Een beproefde tactiek van de overheid is om salariskortingen in het onderwijs, effectief per 1 augustus, aan te kondigen in de eerste week van de zomervakantie.
Zo waren aan het begin van de laatste economische crisis de leraren dus ook weer de klos. Ondanks al het getoeter van politici dat de docent het verschil maakt en dat we hem/haar moeten koesteren, wordt besloten tot een "nullijn". Sinds 2010 zijn de salarissen bevroren, en na vier jaar beginnen leraren dat echt in hun portemonnee te voelen. Ten opzichte van 2009 heeft de man of vrouw voor de klas bijna 7 procent aan koopkracht ingeleverd (zie de grafiek hieronder).


Waarom zou iemand er nog voor kiezen om leraar te worden, of te blijven? Schrikt zo'n sterk achterblijvend salaris mensen die een loopbaan in het onderwijs overwegen niet af? En jaagt de regering op deze manier niet de beste mensen uit het onderwijs weg? Wie heeft nog de ambitie om leraar te worden, of te blijven?
Een paar weken geleden voerden studenten bij een van de vakken die ik op de lerarenopleiding geef het kwaliteitenspel uit. Dit is een kaartspel van ongeveer 75 kaarten, waarbij op iedere kaart een menselijke kwaliteit staat. De studenten kozen ieder 5 kwaliteiten die ze bij zichzelf vonden passen. In de discussie die volgde lichtten de studenten hun keuze toe. Over de kwaliteit "Ambitie" werd lang gesproken. Een van de ingebrachte standpunten was,  dat als je het "echte" beroep niet kon of wilde uitoefenen, je dan koos om les te geven in dat vak. Een econoom die geen bedrijf wil runnen, gaat economieles geven; een taalkundige die geen vertalingen wil maken, wordt docent Engels; een bioloog die geen veldonderzoek wil uitvoeren, wordt biologieleraar. Leraarschap is voor de mensen met een lage ambitie.
Het is natuurlijk een klassieke instinker. Docenten kiezen vaak aanvankelijk omdat ze zich aangetrokken voelen tot de inhoud van het vak dat ze geven. Maar ook andere aspecten bepalen of je als leraar succesvol bent. Kun je omgaan met leerlingen? Snap je hoe leerprocessen in z'n werk gaan? Doorgrond je het schoolsysteem en kun je eigen positie daarin bepalen? Ben je in staat om je persoonlijkheid in te zetten om resultaten te bereiken? Tijdens de opleiding tot leraar wordt daaraan veel aandacht besteed, door vakken als didactiek, pedagogiek en onderwijskunde. Laatst hoorde ik iemand zeggen: "je leert hier eigenlijk twee beroepen. Naast vakinhoudelijk deskundige wordt je ook deskundige op het gebied van leren en lesgeven". Twee vakken leren in de tijd van één, da's niet weggelegd voor mensen met een lage ambitie.
Dit misverstand wordt volop gevoed door de onderwijskundehaters, waarbij Aleid Truijens, columnist bij de Volkskrant, zich de laatste tijd met overgave in de voorste linie werpt. In haar column van 18 oktober 2014 stelt ze voor om de universitaire master lerarenopleiding maar af te schaffen. Studenten zijn er volgens haar weinig tevreden over, want ze krijgen een vracht aan pedagogiek en onderwijskunde en moeten eindeloos reflecteren.
De zurelappenclub Beter Onderwijs Nederland (BON) verkondigt alweer wat langer het evangelie van de alwetende vakdocent. Deze leerkracht legt zich helemaal toe op het overdragen van vakinhoud, liefst in gesegmenteerde, vroeggeselecteerde groepen. Hij hoeft zich niet bezig te houden met motivatie, want de stof zelf is al interessant genoeg, de leerlingen hangen aan zijn lippen terwijl hij zijn vakinhoudelijk betoog houdt. Hij wordt niet gehinderd door afleidende zaken als pedagogiek en reflectie en wordt al helemaal niet in de weg gelopen door schoolmanagers met misplaatste ambities. Ah, dat ging goed in de jaren vijftig van de vorige eeuw, dus waarom zou dat nu niet werken, toch?
Het idee van een vakinhoudelijk bekwame, maar pedagogisch en didactisch gemankeerde leraar wordt niet breed gedragen. Het voorstel van Truijens werd al snel gefileerd en afgeserveerd door Peter-Arno Coppen (zie http://nederl.blogspot.nl/2014/10/reflecteren-op-een-vracht-onzin.html).
De studenten van het kwaliteitenspel waren het er uiteindelijk over eens: om leraar te zijn moet je wel degelijk ambitieus zijn. Je moet het vak waarin je lesgeeft inhoudelijk tot in de puntjes beheersen. Je moet kunnen omgaan met een grote diversiteit aan leerlingen. Je moet ze kunnen motiveren, uitdagen, helpen, controleren, aanmoedigen, bij de les houden. Je moet je werkwijze continu onder de loep nemen en zoeken naar verbeteringen. En ja, dit is de 21ste eeuw: je moet ook meekunnen op het gebied van technologie, ICT, smart phones, iPads, blogs, apps en games.
En zo kruipt het vak leraar naar 3-beroepen-in-1. Maar wel voor één enkel salaris. Een salaris dat door een regering zonder ambities al jaren op de nullijn wordt gehouden.






maandag 14 april 2014

Analogieën

Vorige week was de open avond van de onderwijsinstelling waar ik werk. In de zuid-Nederlandse stad kon het je niet ontgaan zijn. Paarse billboards langs de ringbaan lokten potentiële studenten naar het onderwijscomplex, paarse vlaggen begeleidden de mensen van de parkeerplaats naar de ingang, waar ze werden verwelkomd door een immense paarse R. Kijk, da's nou marketing. De kandidaten die zich kwamen oriënteren op het lerarenberoep werden vakkundig naar de A-vleugel en de B-vleugel van het gebouw geleid, en daar, in de lokalen met geurende koffie, inzageboeken en glanzende brochures, daar zaten wij. Vier tafeltjes tegen elkaar geschoven, in het gelid om de vragen van de kandidaat-studenten te beantwoorden.
Wat me opeens opviel in deze gesprekken, was dat over het beroep van leraar vaak werd gesproken in analogieën. De leraar werd dan vaak vergeleken met andere beroepsbeoefenaren of een typerend object, om een bepaald aspect van het leraarschap te verhelderen. Boeiend, hoe veelzijdig en veelkleurig het beroep van leraar is. In een lange parade kwamen de volgende vergelijkingen voorbij (ik overdrijf nu een beetje. Ik heb ze wel allemaal ooit gehoord, maar niet per sé die ene avond):
- de docent als onderzoeker;
- de docent als regisseur;
- de docent als reisleider;
- de docent als ontwerper;
- de docent als masseur;
- de docent als cabaretier;
- de docent als politie-agent;
- de docent als vertrouwenspersoon;
- de docent als scheidsrechter;
- de docent als coach van een voetbalteam;
- de docent als ruiter op een paard;
- de docent als goochelaar;
- de docent als spiegel;
- de docent als richtingwijzer/ wegwijzer;
- de docent als theeschenker;
- de docent als clown/ circusartiest/ dompteur.
Een analogie die mij bijzonder goed bevalt, is de vergelijking de dirigent van een orkest. Vraagt overzicht, inzicht, met kleine bewegingen dingen in gang zetten, sussen, aanmoedigen, leiden, en zorgen dat het orkest boven zichzelf uitstijgt. Knappe dirigenten kunnen dat. Hele knappe dirigenten kunnen dat met minimale middelen. In een documentaire van een masterclass van Valeri Gergiev gaf de topdirigent aan aankomende dirigenten de opdracht om eens zonder handen te dirigeren. Hij zou het wel even voordoen: 80 musici kwamen feilloos op gang door simpelweg een wenkbrauw op te trekken. Bernstein kon het ook, zoals te zien is in een filmpje op youtube.
Kijkvraag 1: hoe zou Bernstein het voor de klas doen, denk je?
Kijkvraag 2: welke subtiele directietechnieken kun je leren om je docentgedrag te verbeteren?


dinsdag 11 februari 2014

CITO, suiker en concentratie


Vandaag begon voor de achtstegroepers de CITO. Dus toog mijn zoon vandaag voorzien van een pak autodrop naar school. "Zenuwachtig?" "Neuh gaat wel". In de weekbrief werd eerst nadrukkelijk gesteld dat kauwgom, snoep en drankjes niet zijn toegestaan. Maar dit werd maandag toch weer afgezwakt - tradities en verworven rechten zet je niet zomaar aan de kant.
En terwijl in het klaslokaal gezwoegd wordt op taal, spelling, studievaardigheden en rekenen, knaagt mijn nieuwsgierigheid bij een kop koffie: hoe zat dat nou precies met suiker en concentratievermogen, cognitieve prestaties en zo? Laatst iets over gelezen... onderzoek dat je een beetje moet nemen, maar ook niet teveel... of ging dat over caffeïne? nieuwsgierigheid krijgt gezelschap van bezorgdheid: je wil natuurlijk niet dat je kind zijn middelbare-schoolperspectieven verklooit omdat-ie bij de CITO heeft staan stuiteren van de suiker, niet meer in staat om 1+1 op te tellen.
Toch even kijken op internet. Kan ik in mijn koffiepauze er iets zinvols over vinden?
Glucose is de brandstof voor de hersenen. "Als het centraal zenuwstelsel (hersenen) weinig koolhydraten krijgen aangeboden, nemen concentratievermogen en mentale alertheid af", schrijft het Kenniscentrum Suiker bij de FAQ. Ok, 1-0 voor de autodrop.
Maar de splitsing van suiker kost water. Veel drop eten en daarbij te weinig drinken kan je uitdrogen. Da's weer niet best voor je concentratie. Veel water drinken dus tijdens de CITO.
Vlak voor het einde van mn koffiepauze scan ik de themapagina "gedrag" van KenniscentrumSuiker. Genieten van suiker zorgt bij veel mensen voor ontspanning. En ook hier weer: glucose is de brandstof voor de hersenen. Tja, dat zit ook in twee bruine boterhammen met appelstroop en een handje druiven.
koffiepauze voorbij. Koffie: dat blijkt volgens onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dus wel te helpen bij cognitieve prestaties. Bewegen trouwens ook. En niet te lang achter elkaar dezelfde mentale taak uitvoeren, want dan treedt mentale vermoeidheid op. Een beloning in het vooruitzicht stellen helpt daar weer bij. Dropje?


maandag 21 oktober 2013

inspiration 3.0 (5): Frames of Mind


De theorie van Meervoudige Intelligentie (MI-theory) zal waarschijnlijk voor altijd direct verbonden blijven aan de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner. Hij introduceerde de MI-theory in het boek "Frames of Mind" uit 1983. In de psychologische traditie tot die tijd sprak men over intelligentie als een ongedeelde hersenfunctie, terwijl in de ogen van Gardner vooral gekeken werd naar twee specifieke uitingen van intelligentie: de linguistische en logisch-mathematische intelligentie. In Frames of Mind onderscheidt hij aanvankelijk zeven verschillende soorten intelligentie:
- linguistische intelligentie;
- logisch mathematische intellligentie;
- ruimtelijke intelligentie;
- motorisch-kinestetische intelligentie;
- muzikale intelligentie;
- interpersoonlijke intelligentie;
- intrapersoonlijke intelligentie.
Later voegde hij daar een achtste aan toe: naturalistische intelligentie.
Hoewel het de bedoeling van Gardner was om een boek te schrijven in het psychologische wetenschapsdomein, heeft MI-theory sindsdien vooral een grote impact gehad op het onderwijs.
"When drafting Frames of Mind, I was writing as a psychologist and to this day that remains my primary scholarly identification. Yet, given the mission of the Van Leer Foundation and my affiliation with the Harvard Graduate School of Education, it was clear to me that I needed to say something about the educational implications of MI theory. And so, I conducted background research about schools and about education, more broadly defined; in the concluding chapters I touched on some educational implications of the theory. This nod toward education turned out to be another crucial point because it was educators, rather than psychologists, who found the theory of most interest." (Gardner, 2011)




Howard Gardner in Washington Post: MI are not Learning Styles
http://multipleintelligencesoasis.org/
http://howardgardner.com/

http://multipleintelligencesoasis.org/wp-content/uploads/2013/06/intro-frames-10-23-10.pdf

vrijdag 24 mei 2013

Mentimeter in je klasseblog


Stel je hebt een klasseblog (en wie heeft dat tegenwoordig nou niet), en je wilt op dat blog een peiling houden. De (tussen-)resultaten van de peiling wil je ook op datzelfde blog zichtbaar maken.
Met mentimeter en wat embed-code is dat een fluitje van een cent.
Via de site www.mentimeter.com kun je heel eenvoudig een vraag invoeren, met daaraan  gekoppeld een aantal antwoordalternatieven. Druk op de knop "start presenting" om de peiling zichtbaar te maken. Rechtsonder vind je in het scherm mogelijkheden om de peiling te delen met anderen:

In het venstertje dat je opent heb je een paar gegevens nodig om in de html-code van je blog te plakken. Ik heb ze in de afbeelding hieronder met geel en rood gemarkeerd (de gedeeltes met "111111" "xxx" en "yyy" zijn uniek voor jouw vraag).

Het enige dat je nu eigenlijk moet doen, is de code in het rood gemarkeerde deel twee keer in je blog plakken. Daarna vervang je in de bovenste van die twee de URL die verwijst naar het resultaat (src="https enz...") door de URL in het gele gedeelte.

De vraag of stelling met antwoordalternatieven is nu zichtbaar op je blog. Zodra iemand via je blog een stem uitbrengt, worden de resultaten direct aangepast. probeer het hieronder maar uit. Je kunt op een vraag maar een keer je stem uitbrengen.





Hieronder zie je de tussenstand van iedereen die op bovenstaande vraag heeft gestemd:



maandag 22 april 2013

Een startpunt voor een workshop over Social Media in het Onderwijs

Hier begint het!


Je hebt een facebook-pagina, een twitter-account en misschien wel een blog waarop je af en toe een stukje schrijft. Vooral voor privégebruik. Maar die middelen kun je ook effectief inzetten in je onderwijs. Spreekt leerlingen aan, want die zitten zo ongeveer vastgegroeid aan hun mobieltje. Dus waarom geen gebruik van maken? In 2006 schreef Piet Kommers, bij zijn aantreden als Lector aan Fontys Hogescholen, een stuk getiteld: "De les begint, mobieltjes aan!" Een uitdaging om mobieltjes in te zetten bij het onderwijsproces, in plaats van ze simpelweg te verbieden.
Op diverse scholen wordt geëxperimenteerd met het Flipped Classroom concept.  In dit concept worden diverse media ingezet voor instructie (vooraf) en wordt lestijd vooral gebruikt als gedifferentieerd begeleidingsmoment.
In deze workshop werk je een aantal manieren uit om social media, mobile devices en apps te gebruiken in de klas. Denk aan twitter en facebook, maar ook aan QR-codes, googlemaps, mentimeter, educreations, khanacademy, blogger, skype, tumblr, dropbox, prezi, goAnimate!

twitter Michel van Gessel: @spoinkz
hashtag voor deze workshop: #SMIHO2013 (SMIHO = Social Media In Het Onderwijs)
facebook-pagina: https://www.facebook.com/pages/Flot_socialmediaineducation/489013404485842

Eerste bijeenkomst

1. vragen inventariseren
2. voorkennis activeren
3. kader introduceren
4. challenge formuleren
5. bronnen

1. vragen inventariseren

Wat wil je leren over dit onderwerp?
Welke dillemma's ervaar je ten aanzien van het thema?
Wat is de (veranderende) rol van de docent?

https://docs.google.com/forms/d/1EsTSyBVr2oY7C0kdDJBO7GaVzY-JPrTQI5dR2OgMjNc/viewform



QRCode

Bekijk de opbrengsten op googledocs: uitkomsten van de vragen

2.  voorkennis activeren

Welke apps/programma's/social media gebruik je al?
waarvoor gebruik je die?
welke toepassingen in het onderwijs gebruik je al/ken je al?
welke sites bezoek je om iets over het thema "social media in het onderwijs" te vinden?

Om een indruk te krijgen van welke social media al gebruikt wordt door jullie voeren we een aantal polls uit. Daarvoor gebruiken we www.mentimeter.com. Met deze site kun je, nadat je een account hebt aangemaakt, heel eenvoudig een vraag formuleren die je in stemming wilt brengen. Het stemmen zelf gebeurt via de site http://www.vot.rs
Beantwoord de volgende polls:
53 09 05 (facebook);
44 22 15 (facebook en onderwijs);
34 43 12 (twitter);
78 57 37 (twitter en onderwijs);
16 64 69 (blogs);
52 96 77 (blogs en onderwijs).

3. kader introduceren

TPACK model
21st century skills
Education 3.0

4 challenge

De opzet en inhouden van deze workshop heb ik met opzet heel open geformuleerd. De workshops worden immers vormgegeven op basis van de leervragen die aan het begin worden geformuleerd (wat wil je in deze workshop leren) in plaats van vooraf vastgestelde inhouden.
De opbrengst kan ongeveer als volgt worden geformuleerd:
"Maak een groepsproduct (groepsgrootte 4-5) rondom het thema kanker (workshopserie 1)/ Alpe dHuzes (workshopserie 2), waarbij vakinhoud gekoppeld wordt aan 21st century skill(s)
en de intregratie van TPACK componenten tot uitdrukking komt."

Een snel voorbeeld: in de Volkskrant van afgelopen zaterdag (20 april 2013) stond een korte recensie van een populair wetenschappelijk boekje over kanker. Een deel van de recensie is in het Engels en het Duits vertaald met behulp van twee vertaalgenerators (google translate en bing translator). In een les MVT vergelijken leerlingen de twee vertalingen, en doen uitspraken over de kwaliteit van de vertaling.
Hieronder staan de oorspronkelijke tekst van de recensie, de twee Engelse en de twee Duitse vertalingen.

"Misschien begint het wel met een toevallige mutatie, ergens in ons lichaam, die ertoe leidt dat zomaar een cel opeens teveel 'receptoren' krijgt, een soort chemische stokjes die in de celwand zitten. Zo'n receptor is een ladingsplaats voor 'groeifactoren'. De groeifactor bindt aan twee receptoren, waardoor die naar elkaar bewegen. Daardoor gaan de uiteinden in de cel fosfaten uitwisselen. Er ontstaat dan een soort kapstok, waaraan eiwitten komen te hangen. Die veranderen hierdoor iets van vorm, waardoor hun 'reactiecentrum' bloot komt te liggen en ze chemische signalen gaan uitzenden: deel, cel, deel! Niets mis mee, maar als er te veel receptoren zijn, kan de cel zo ongeremd gaan delen dat er kanker ontstaat." (volkskrant, 20 april 2013)

"Perhaps it starts with a random mutation, somewhere in our body, which leads to just a cell suddenly too much 'receptors' will, a kind of chemical sticks that sit in the cell wall. Such a receptor is a cargo space for 'growth factors'. The growth factor binds to two receptors, thus moving towards each other. As a result, to go into the cell, exchange the ends phosphates. This creates a sort of coat which proteins to hang. That will change slightly in shape, so their 'reaction center' is exposed and they will emit chemical signals: part, cell, part! Nothing wrong with that, but if too many receptors, the cell will share that cancer arises. Unrestrained as" (translate.google.nl)

"Maybe it starts with a random mutation, somewhere in our body, which leads to just a cell suddenly gets too much ' receptors ', a kind of chemical sticks that sit in the cell wall. Such a receptor is a loading place for ' growth factors '. The growth factor binds to two receptors, whereby those to each other. As a result the phosphates in the cell exchange tips. There is then a kind of coat rack, to which proteins come to hang out. That change because of something of form, making their ' reaction Center ' exposed and they emit chemical signals go: part, cell, share! Nothing wrong with that, but if there are too many receptors, the cell will be sharing so uninhibited that cancer occurs." (www.bing.com/translator)


"Vielleicht beginnt es mit einem zufälligen Mutation, irgendwo in unserem Körper, die auf nur einer Zelle plötzlich zu viel "Rezeptoren" Willen, eine Art der chemischen-Sticks, die in der Zellwand sitzen führt. Ein solcher Rezeptor ist ein Laderaum für "Wachstumsfaktoren". Der Wachstumsfaktor bindet an beiden Rezeptoren, so aufeinander zu bewegen. Als Ergebnis, in die Zelle gehen, tauschen die Enden Phosphate. Dadurch entsteht eine Art Mantel, der zum Aufhängen Proteinen. Das wird in Form leicht verändern, so dass ihre 'Reaktionszentrum' ausgesetzt ist, und sie werden chemische Signale aussenden: Teil, Zelle, Teil! Nichts falsch mit dem, aber wenn zu viele Rezeptoren, die Zelle teilen, dass Krebs entsteht. Hemmungslose als" (translate.google.nl)

"Vielleicht beginnt es mit eine zufällige Mutation, irgendwo in unserem Körper, führt zu nur einer Zelle ruft plötzlich zuviel "Rezeptoren", eine Art chemische Stöcke, die in der Zellwand sitzen. Solch ein Rezeptor ist ein Auftrag für "Wachstumsfaktoren". Den Wachstumsfaktor bindet an zwei Rezeptoren, wobei diejenigen miteinander. Daher tauschen die Phosphate in der Zelle Tipps. Dann gibt es eine Art Kleiderablage, zu dem kommen Proteine zu hängen. Dass Veränderung wegen etwas Form, so dass ihre Reaktion-Center ausgesetzt und sie chemische ausstoßen Signale gehen: Teil, Zellen, teilen! Nichts falsch damit, aber wenn es zu viele Rezeptoren gibt, die Zelle wird Austausch so Tabulos, dass Krebs entsteht." (www.bing.com/translator)

5. bronnen

social media in de klas
http://blogs.kqed.org/mindshift/
http://www.kennisnet.nl/themas/sociale-media/
http://edudemic.com/2012/07/a-teachers-guide-to-social-media/
http://www.edutopia.org/social-media-education-resources
twitter in de klas
www.kennisnet.nl : twitter in de klas
www.teachhub.com :50 ways to use twitter in the classroom
www.teachthought.com: 60 ways to use twitter in the classroom, by category

facebook in de klas
www.teachthought.com: 100 ways to use facebook in education, by category
http://www.emergingedtech.com/2011/03/facebook-in-the-classroom-seriously/
http://www.socialwize.nl/facebook-in-het-onderwijs/

blog in de klas
http://edublogs.org/
http://onderwijstips.wikispot.org/bloggen_in_het_onderwijs
http://www.pwcontent.com/velon/VELON-congres-2013/2/Ronde%202%20-%20PPT%20166%20Gessel,%20M.F.C.%20van.pptx (blog als reflectietool)

dropbox folder met enkele docs
https://www.dropbox.com/sh/oc6k2vyyqlvwkrv/ljJ5IeJ9hx








woensdag 10 april 2013

vanzelfsprekend: social media en ict gebruiken bij leeropdrachten

Kinderen gaan op een heel vanzelfsprekende manier om met computers. Soms gaan ze daarin zover, dat alles met een beeldscherm wordt gezien als een computer. Mijn dochtertje, 5 jaar oud, probeerde laatst een andere tv zender op te zetten door met twee vingers over het scherm van de televisie te vegen. Tja, waarom eigenlijk niet?
De werelden van leerlingen en docenten sluiten niet naadloos aan als het gaat om ICT-vaardigheden. Da's een nette manier om te zeggen dat er een enorme kloof gaapt. Docenten en leerkrachten staan er soms wat beteuterd bij: leerlingen moeten aan hen uitleggen hoe je een facebook groepspagina aanmaakt, een prezi uploadt of een screencast maakt van een minecraft-battle.
Grofweg twee strategieën kun je inzetten om met deze kloof om te gaan. De eerste is: alles verbieden wat met ICT, mobieltjes en iPad's te maken heeft. Ik kom regelmatig scholen tegen waar het staande beleid is dat mobieltjes aan het begin van de dag in de kluis gaan, en aan het eind van de dag er pas weer uit mogen. Social media en een keur aan websites zijn door de systeembeheerder zorgvuldig op slot gezet. Skype, facebook, hotmail en twitter staan op de zwarte lijst.
De tweede strategie is om de mogelijkheden van ICT, iPad, smartphones en social media slim in te zetten ten behoeve van het leerproces. Scholen die deze weg bewandelen gebruiken twitter om huiswerkopdrachten op te geven, zetten iPad's in om snel even een screencast te maken, laten leerlingen achtergrondinformatie opzoeken op hun smartphone en laten in de taalles leerlingen een skype-gesprek voeren met leeftijdgenoten in zuid-Frankrijk.

Een voorbeeld uit de praktijk: spreekbeurt.

Om de vanzelfsprekendheid van het gebruik van ICT en social media anno 2013 te illustreren, vertel ik het verhaal van mijn zoon die een spreekbeurt voorbereidt. Ruben is 10 jaar, zit in groep 7 en heeft voor zijn spreekbeurt een pittig onderwerp gekozen:  Hersenen.
Van de plaatselijke biep leent hij een paar boeken over het onderwerp. Dat brengt hem op de eerste ideeën voor onderdelen van z'n spreekbeurt. Hij komt ook enkele specifieke begrippen tegen, zoals hersenstam, kleine hersenen, grote hersenen, hersenschors en neuron. Om deze onderdelen en begrippen te ordenen en te combineren met wat hij al weet over het onderwerp maakt hij een mindmap. Daarvoor gebruikt hij het programma freemind.



Het lukt Ruben niet meteen om een goede indeling te maken. Wat is nou eigenlijk een logische manier om onderwerpen te ordenen? Hij besluit om meer informatie te zoeken over het maken van een mindmap en kom uit bij een instructief filmpje op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=soj4RKksLmg
Naast de informatie uit de boeken, zoek hij ook informatie op internet. Wikipedia is een logisch startpunt, daar vindt hij meteen een pagina over hersenen. Ook een uitzending van het educatieve programma "Het Klokhuis" over hersenen is gauw gevonden.
Als voldoende informatie verzameld is en ook de ordening van de onderwerpen in de steigers staat, is het tijd om de presentatie voor te bereiden.
De meeste klasgenoten gebruikten powerpoint ter ondersteuning van hun spreekbeurt, maar Ruben besluit om prezi te gebruiken. Die in- en uitzoomeffecten vindt hij wel cool.

Bij het maken van de prezi loopt hij een paar keer vast. Hij zoekt op youtube naar filmpjes over het maken van een prezi, en kiest een Engelstalige tutorial. Inmiddels heeft hij ontdekt, dat je bij youtube een vertaling kunt inzetten. Werkt niet perfect, maar goed genoeg om zijn basis-Engels aan te vullen en de instructiefilm begrijpelijk te maken.

 Om de spreekbeurt te oefenen maakt Ruben gebruik van een app op de iPad: educreations. Hij heeft mij daar al een paar keer mee zien werken.  Hij wil nu kijken of hij z'n onderwerp goed kan uitleggen en of onderdelen logisch op elkaar aansluiten. Door middel van testopnames oefent hij zijn presentatievaardigheden en krijgt hij een beeld van de lengte van de totale spreekbeurt.
Zo, de spreekbeurt is klaar. Morgen het echte werk, maar eerst zet Ruben nog een link van de prezi in z'n twitter timeline, zodat klasgenoten de prezi gemakkelijk kunnen terugvinden. En nog even langs de slager, om de bestelde schapenhersenen op te halen die hij in de klas laat rondgaan als demonstratiemateriaal.








vrijdag 29 maart 2013

10 handige tools om flipped classroom instructievideos te maken

Om instructievideo's te maken bij een Flipped Classroom kun je gebruik maken van verschillende programma's. Hieronder een lijst met 10 programma's en apps die je kunt gebruiken. Sommige zijn gratis te vinden op internet of in de app-store. Gratis versies van een programma hebben vaak beperkte mogelijkheden ten opzichte van betaalde broertjes. In de lijst vind je programma's die op PC's of op MacBook werken, en een paar apps voor Ipad.

1. PowerPoint

Wat moet ik nog uitleggen over PowerPoint, onderdeel van het Microsoft Office pakket? De meeste mensen gebruiken het als platte diashow, maar het biedt veel meer mogelijkheden die helaas vaak onbenut blijven. In powerpoint kun je de presentatie automatisch afspelen volgens een vooraf opgegeven timing per dia. Als je vervolgens een audiospoor toevoegt heb je op eenvoudige manier een instructievideo gemaakt.
http://office.microsoft.com/en-us/powerpoint/powerpoint-presentation-and-slide-software-FX101825655.aspx

2. Prezi

Als je eenmaal gewend bent aan het zeeziek-makende in- en uitzoomen, is Prezi een geweldig presentatiemiddel. Je kunt Prezi's eenvoudig delen met anderen door een link via mail of twitter te verspreiden.
http://prezi.com/

3. Screencast-o-matic

Screencast-o-matic is een programma dat in je browser werkt met Java. Je kunt er video-opnames van je computerscherm mee maken, terwijl je met een microfoon commentaar inspreekt. Als leuke extra kun je ook in een hoekje van het scherm de presentator zichtbaar maken. Daarvoor moet je wel een webcam inschakelen. Met de gratis versie kun je tot 15 minuten zogenaamde "screencasts" maken. De betaalde versie biedt meer mogelijkheden, met name om de opname achteraf te bewerken. En o ja, er is ook een downloadbare versie.
http://screencast-o-matic.com/

4. Screenbird

Screenbird lijkt op Screencast-o-matic: ook in browser, werkt ook met Java, maakt screencasts die je kunt wegzetten op bijvoorbeeeld youtube.  Met Screenbird kun je maximaal 30 minuten video opnemen, ruimschoots genoeg voor een Flipped Classroom Instructievideo. In tegenstelling tot Screencast-o-matic kun je geen webcam in de opname verwerken.
http://screenbird.com/

5. GoAnimate!

Leuke animaties maken. Met GoAnimate! typ je teksten bij figuurtjes die door een voice generator worden uitgesproken. Voor de voice generator kun je uit verschillende talen kiezen, waaronder Nederlands. Maar je kunt ook de teksten zelf inspreken. Om quick and dirty een scene in elkaar te sleutelen gebruik je kant-en-klare sjablonen. Het echte werk begint als je de animatiefiguurtjes aparte bewegingen meegeeft en eigen achtergronden ontwerpt.
http://goanimate.com/

6. Videoscribe

Een hand die alles tekent wat je zegt. Kernbegrippen worden opgeschreven door de hand, waarna het in razend tempo verdergaat met de volgende schets. Je instructie wordt zo kracht bijgezet. Ik weet niet of het komt door het nieuwe of door andere factoren, maar je blijft kijken en dat is in onderwijsland een gekoesterd fenomeen, toch?. Videoscribe mag je een week gratis uitproberen, daarna is het betalen.
 http://www.sparkol.com/videoscribe.php

7. Educreations (iPad)

Voor Ipad is Educreations een handige app om screencasts te maken. iPad heeft als eigenaardige beperking dat webcam niet geïntegreerd kan worden opgenomen in screencast apps. Maar met Educreations kun je wel zoveel leuke dingen doen dat het een aanbevolen app is voor het onderwijs. Het werkt als een soort whiteboard op je tablet met opnamefunctie. De screencast wordt geupload naar de server van Educrations.
http://www.educreations.com/

8. Showme (iPad)

Showme lijkt op Educreations, maar is eenvoudiger van opzet. Die eenvoud heeft ook wel iets aantrekkelijks. Druk op "record", begin met je uitleg, terwijl je met je vingers op het scherm schrijft of tekent.  Getypte tekst toevoegen kan ook.
http://www.showme.com/

9. Screenchomp (iPad)

Screenchomp is een soort broertje van Showme en Educreations dat nog op de basisschool zit. De bediening is uiterst simpel en basic gehouden.
http://www.techsmith.com/screenchomp.html

10. Quick time player (MacBook)

Op een MacBook is standaard Quick Time Player geïnstalleerd en hiermee kun je prima screencasts maken. Open QTP, kies uit het menu "archief" de optie "nieuwe schermopname". Je kunt een deel van het scherm opnemen, of kiezen voor full screen opname. Als je klaar bent wordt de opname als .mov bestand opgeslagen.
http://www.apple.com/quicktime/

woensdag 27 maart 2013

Flipped classroom (2)

In de derde periode van het collegejaar 2012-2013 heb ik met een groep wiskundestudenten in de deeltijdopleiding geexperimenteerd met Flipped Classroom. De opdracht was om elkaar, door middel van een Flipped Classroom Instructievideo en een daaraan gekoppelde Verwerkingsles, te leren over de generieke kennisbasis voor de lerarenopleiding. Twee enthousiaste collega's gingen op dezelfde manier te werk bij een andere wiskundegroep en een economiegroep. De opbrengsten komen binnenkort geordend in een bericht op dit blog.
Ondertussen gaat men "in den lande" ook verder met het ontwikkelen van het Flipped Classroom concept. Een mooi voorbeeld is een project bij de Iselinge Hogeschool:
http://innovatie.kennisnet.nl/rianne-tolsma-over-haar-geflipte-lessen/




donderdag 6 december 2012

Woon een webinar bij

Zomaar de mogelijkheid om een webinar over een interessant bij te wonen. Dat kan morgen (vrijdag 7 december 2012).
Via de site van talis (http://www.talis2013.nl) kun je je opgeven voor het webinar van Michael Davidson van OESO.







Onderstaande tekst is overgenomen van http://www.talis2013.nl/6/nieuws/:

Developing a High-Quality Teaching Profession
Webinar 7 december – presentatie door Michael Davidson (OESO)

Vele scholen hebben zich reeds opgegeven voor deelname aan Talis 2013, waarvoor grote dank! We zijn druk bezig om nog meer scholen erbij te krijgen, zodat de Nederlandse resultaten door de OESO meegenomen kunnen worden in de internationale analyses.

Om iedereen een goed beeld te geven van wat Talis is en welke informatie dit onderzoek oplevert, verzorgt Michael Davidson op 7 december (14:00 uur) een presentatie via een zogenaamde ‘webinar’. Michael Davidson is hoofd van de ‘Early Childhood and Schools Division’ van de OESO, die verantwoordelijk is voor onderwijsprojecten zoals Talis. Een webinar houdt in dat belangstellenden via internet de presentatie live kunnen volgen en er ook actief aan kunnen deelnemen, zoals door het stellen van vragen.
Om aan dit webinar deel te nemen kunt u zich opgeven bij het Nederlandse Talis-team; u ontvangt dan een uitnodiging per e-mail met een link erin. De presentatie is vooral gericht op schoolleiders en docenten in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, maar alle andere belangstellenden zijn ook van harte welkom. De voertaal is Engels; ook schoolleiders en docenten van buiten Nederland zullen deelnemen.
U geeft u op door een e-mail te sturen naar het Nederlands Talis-team (talis@ecorys.com) met als onderwerp ‘webinar’. U wordt verzocht uw functie en de school/organisatie waar u werkt te vermelden. Mocht u wel interesse hebben, maar niet in staat zijn dit webinar bij te wonen, horen we dat ook graag. Bij grote belangstelling kunnen we een tweede webinar organiseren. Het webinar wordt tevens opgenomen. U kunt dan op een willekeurig moment de sessie bekijken.

zaterdag 8 september 2012

Flipping the Classroom

In een recent college voor de wiskunde deeltijdopleiding vertelde ik over het concept "flipping the classroom". Ik had dat al eerder eens kort aangestipt in een andere groep, maar lauwe reacties waren mijn deel. Zo niet afgelopen week. Ik liet een voorbeeldfilmje zien van youtube, gevolgd door een discussie over de voor- en nadelen. Licht enthousiasme sloeg om in groot enthousiasme, en dat vond ik best bijzonder want deze groep was nog maar net aan de opleiding begonnen. "Zullen we een experiment doen met flipping the classroom?" En nu zijn er dus een paar die het aandurven. Ik kijk er nu al naar uit.
Maar wat is flipping the classroom nu eigenlijk? Heel simpel komt het er op neer dat datgene wat leerlingen meestal buiten de les voor het vak doen (als huiswerk dus) binnen de les wordt gehaald, en een deel van wat gewoonlijk binnen de les wordt gedaan (instructie) als voorbereidend huiswerk wordt opgegeven. Binnen en buiten de les wordt als het ware omgedraaid, in het Engels "flipping".
Een belangrijk voordeel is dat de docent aanwezig is bij het verwerken van de nieuwe leerstof. Hij/zij kan begeleiden, vragen stellen en beantwoorden en bijsturen. Waar leerlingen bij de eerste moeilijke huiswerkopdracht afhaken ("dat vraag ik morgen wel"), staat nu meteen de docent (of een medeleerling!) klaar, en kan de leerling verder met de andere opgaven. Mijn vermoeden is dat deze "leertijdverlenging" een positief effect kan hebben op leerresultaten.
Dat is de ene kant van "flipping": huiswerk in de klas maken. Voor de andere kant van "flipping" worden social media, video, internet enzovoort ingezet. De instructie die in een traditionele les klassikaal (meestal aan het begin van de les) wordt gedaan, wordt nu vooraf opgenomen op video en op internet geplaatst. Leerlingen bekijken de video met behulp van een homework sheet. Zo'n video vraagt natuurlijk nogal wat voorbereiding, zoals een uitgedacht script. Daar staat tegenover dat het meerdere malen ingezet kan worden, misschien wel een paar jaar achtereen. Het voordeel voor de leerling is, dat hij de instructie meerdere malen kan bekijken als dat nodig is. Misschien zijn er zelfs meer instructievideo's over hetzelfde onderwerp beschikbaar.
In de Verenigde Staten wordt het concept "flipping the classroom" vooral gebruikt voor wiskunde, maar in de discussie die daar nu gaande is, vraagt men zich af waarom dit concept niet ook voor andere vakken gebruikt kan worden.
Ik denk dat de tijd rijp is voor een experiment op Nederlandse bodem, met veel vragen te beantwoorden:
- levert het concept leertijdverlenging op? zo ja hoeveel? en heeft dit aantoonbaar effect op de leerresultaten?
- wat zijn de "kosten" en "baten" van het maken van korte instructievideo's?
- welke technische en commucatieve aspecten zijn kritisch voor effectieve instructievideos?
- hoe worden de video's bekeken door leerlingen? hoe ziet een homework sheet er uit?
- hoe koppel je dit concept aan differentiatie, peer learning, begeleiding in de klas, ... leerpleindidactiek?
- en wat gebeurt er als niet de docent, maar de leerlingen zelf de instructievideos gaan maken? (daar heb ik ook al voorbeelden van gezien, bijvoorbeeld hier)
- gaat het concept niet te veel uit van een cognitivistische of instructivistische visie op leren? sluit het andere, wellicht succesvolle leerwegen of benaderingen van leren niet uit?

Nu tijd voor een voorproefje. Hieronder eerst een video waarin enkele argumenten voor het concept "flipping the classroom" worden benoemd, en dan een voorbeeld van de omgekeerde klas.